Of sterker nog, hoe overleef je drie dagen in een hangende tent in een elektriciteitspyloon op 45 meter boven de Schelde, met drie Franstalige mannen? Ik deed het.

 

Mijn naam is Marie-Elise Bettens. Ik ben al zes jaar activiste bij Greenpeace en deed verschillende spectaculaire en minder spectaculaire acties. Maar toen men mij dit vroeg moest ik toch even slikken. Ik? Drie dagen geen vaste grond onder de voeten?

Ik ben sinds twee jaar bij het klimteam, en grote klimacties had ik nog niet gedaan. Vooral wat ‘haulingtechnieken’ betreft, waarbij je materiaal laat zakken of ophaalt met behulp van katrolletjes, had ik nog te weinig ervaring.

Maar we hebben de taken goed verdeeld: ik maakte de onderste hoektouwen vast aan de pyloon, de mannen deden het takelwerk en positionering van de hangtent of portaledge, en dat ging goed. Als team moet je goede afspraken maken, want iedereen is wel ergens goed in.

De eerste dag hadden we geluk met het weer: stralende zon en relatief weinig wind. Met behulp van zes andere klimmers haalden we al het materiaal naar boven, bevestigden we het spandoek. In de namiddag vertrokken die andere klimmers weer, en bleven we nog met vier achter.

Hoe leef je in een portaledge? Het is zoals met kamperen: alles wat je wil doen, neemt veel meer tijd in beslag dan anders. Om eten te kunnen maken, moet je zoeken in welke zak je wat hebt gestoken (we overdreven wat: we hadden in het totaal – met touwen en klimmateriaal – zestien rugzakken bij), gasvuurtjes installeren, water koken,… Enfin, heel wat gedoe.

Omdat de portaledge zwaar beladen was met ons en al dat materiaal, zakte ze iets naar beneden waardoor de tent die eromheen moest passen, net ietsje te kort was. We waren dan ook lang bezig met touwen en stukjes doek om die spleten dicht te maken. Want de tweede dag regende en waaide het zonder ophouden, met hier en daar een nat bed tot gevolg.

We waren ook actief op Twitter, trokken heel wat foto’s, maakten pannenkoeken, hingen onze was te drogen (‘nucleaire’ onderbroeken) en deden telefonische interviews. ’s Avonds bereidden we pasta. Benoit had zijn pastamachine, zelfgemaakte pesto, een blok parmezaan en twee basilicumplanten bij, en we roosterden zelfs pijnboompitjes. Dat was zonder twijfel de beste pasta-pesto die ik ooit heb gegeten!

Eén van de mooiste beelden die me ongetwijfeld zullen bijblijven, is hoe Jean-Luc de kookpot met water en pasta uitgoot in het vergiet, dat ik langs de rand van de hangtent naar buiten stak. Goed schudden, de dampende pasta, de pyloon op de achtergrond, lichten van schepen op de Schelde…

Een actie om nooit te vergeten!