Een oud Afrikaans spreekwoord luidt “Als je snel wil reizen, reis dan alleen, maar als je ver wil reizen, moet je samen reizen”. Na vijfenhalf jaar bij Greenpeace denk ik dat we snel en ver hebben gereisd. En samen. Maar nu sta ik voor een nieuwe uitdaging.

Eind dit jaar treed ik af als directeur van Greenpeace International. Daarna neem ik de belangrijkste functie bij Greenpeace op, namelijk die van sympathisant en vrijwilliger.

Een vrijwilliger op reis, zoals de vrijwilligers die zich momenteel aan boord van het Greenpeaceschip de Esperanza bevinden. Ze volgen, in naam van de 7 miljoen mensen die onze Save The Arctic-campagne steunen, een enorme boorschip van Shell. De Polar Pioneer, zoals het schip heet, steekt de Stille Oceaan over het noordpoolgebied waar het in Alaska gevaarlijke olieboringen zal uitvoeren.

Waarom deel ik dit nu met jullie, terwijl ik nog negen maanden op post blijf? Omdat het bestuur van Greenpeace International op zoek moet naar een nieuwe directeur, een zoektocht die publiek zal gebeuren en uitgebreid overleg vereist. De komende weken hoort u er meer over. Nu hebben we een verklaring opgesteld met meer uitleg.

Ik ben niet over een nacht ijs gegaan. Het is niet dat mijn werk bij Greenpeace International erop zit. Ik zou erg graag met, of liever voor, jullie blijven werken. Maar het voorbije jaar voelde ik een sterke drang om terug te keren naar Zuid-Afrika. Na een afwezigheid van 17 jaar is de tijd rijp.

Wanhopig zie ik hoe de Zuid-Afrikaanse regering, mijn regering, plannen maakt om bijna een 85 miljard dollar vrij te maken voor een absurde deal met Rusland voor de bouw van zeven kernreactoren.

Dus wanneer Greenpeace International een nieuwe directeur heeft gevonden, zal ik alle knowhow die ik met de jaren heb verworven, gebruiken in de strijd voor meer energierechtvaardigheid in Zuid-Afrika. Ik denk dat dat voor mijn land één van de grootste uitdagingen zal zijn sinds het einde van apartheid.

Deze strijd draait natuurlijk niet alleen om de klimaatverandering, maar ook om ontwikkeling en ervoor zorgen dat de Zuid-Afrikanen zonder elektriciteit, en dit is bij benadering een op vijf mensen, toegang hebben tot duurzame energie. Het gaat ook over democratie. Want al meer dan 60 jaar zien we dat nucleaire energie en democratie niet samengaan.

Ik wil doen wat ik kan om mijn land te helpen zich te ontwikkelen op basis van democratische, hernieuwbare energiesystemen van de 21e eeuw. Momenteel heeft Afrika slechts een kerncentrale, in Koeberg, net buiten Kaapstand. Zoals we zeiden toen we in 2002 met een banner op het dak stonden tijdens de Top van de Aarde: dit zou de eerste en de laatste moeten zijn.

Het is niet makkelijk, maar elke activist voert zijn eigen strijd, en dit is die van mij.

De voorbije maanden heb ik met voorzitter Ana Toni besproken wanneer voor mij het beste moment zou zijn om af te treden. We hebben het gehad over hoe we het best een vlotte overgang konden garanderen. Daarom heb ik ermee ingestemd om, uiterlijk, tot het einde van het jaar op post te blijven zodat er voldoende tijd is om een opvolger te zoeken en alle formaliteiten af te handelen. Ik blijf gewoon verder werken om zoveel mogelijk campagnes te winnen.

De laatste jaren is Greenpeace als organisatie enorm gegroeid. We hebben onze banden met andere groepen in het middenveld aangehaald en zijn een sterke partner geworden in de ruimere rechtvaardigheidsstrijd. We betrekken onze vrijwilligers en ondersteuners bij strategische beslissingen, we zijn voor onze campagnes overgestapt op een meer open benadering, waarbij de macht van de mensen centraal staat, en zijn actiever dan ooit in de belangrijkste veldslagen over het milieu.

Successen of mislukkingen in deze campagnes bepalen de toekomst van het milieu dat we nalaten aan onze kinderen.

Ik vertrouw erop dat we met de steun van zoveel mensen op het juiste spoor zitten om die grotere, en dringend noodzakelijke, overwinningen binnen te halen.

De komende maanden kijk ik er erg naar uit om met jullie allemaal verder te werken, terwijl ondertussen naarstig wordt gezocht naar mijn opvolger.

Men zegt wel eens dat je in elke strijd ofwel de leiding moet nemen, ofwel moet volgen of ophoepelen. Volgens mij moeten we allemaal leiders worden.

Ik blijf de ontwikkeling van onze schitterende organisatie van nabij volgen. En zal waar mogelijk mijn steentje bijdragen in de strijd tegen de destructieve krachten die een vlotte overgang naar een groene en vredevolle toekomst in de weg staan.

- Kumi Naidoo is Executive Director van Greenpeace International.